Langs het spoor bij Noordhorn groeit iets dat in het Westerkwartier nog niet bestond: een voedselbos. Initiatiefnemers Daan Soer en Milena Bleeksma uit Niezijl werken er al enkele jaren aan, maar de officiële vergunning kwam pas onlangs rond. Het is het eerste vergunde voedselbos in de gemeente Westerkwartier. Ecologisch eten dat groeit tussen de weilanden.
Minder afhankelijk zijn
Het idee ontstond tijdens de coronaperiode. Soer en Bleeksma runnen samen een evenementenbedrijf en organiseren festivals door heel Nederland. Het werk brengt hen vaak onderweg, soms ook internationaal. Juist in de coronaperiode van stilgevallen evenementen en door het vele reizen ontstond de wens om iets op te bouwen dat minder afhankelijk is van externe systemen en omstandigheden.
Van Noorwegen naar Noordhorn
Een van de momenten die bleef hangen, was een terugreis vanuit de Lofoten in Noorwegen. Op parkeerplaatsen zag Soer koelwagens vol fruit en groente staan, met ronkende motoren, om de lading houdbaar te houden. “Toen dacht ik: dit systeem is eigenlijk vreemd,” zegt hij. “We halen voedsel van ver weg, houden het kunstmatig koel en zijn daar volledig van afhankelijk.” In de coronaperiode kwam een stuk grond beschikbaar in Noordhorn. Het stel kocht het terrein voor een bescheiden bedrag. De investering werd vervolgens deels terugverdiend door een pipowagen te verhuren als bed and breakfast.

Juist geen moestuin, maar een ecosysteem
Het plan voor het stuk grond ontstond: juist geen klassieke moestuin opzetten maar een ecologisch systeem. Geen eenjarigen, maar alleen meerjarige planten en bomen. Soer en Bleeksma raakten geïnspireerd door de documentaire The Biggest Little Farm en door het werk van voedselbos-pionier Wouter van Eck. Ze volgden lessen en masterclasses en verdiepten zich in voedselbosbouw: een vorm van landbouw die de structuur van een natuurlijk bos nabootst.
Wat is een voedselbos precies?
Een voedselbos is dus een landbouwsysteem dat is opgebouwd als een bos. In plaats van één gewas op een akker groeien er verschillende soorten bomen, struiken, kruiden en planten op specifieke plekken. Alles zoveel mogelijk eetbaar. Het systeem is bedoeld om zichzelf in stand te houden: bladeren vallen op de bodem en vormen humus. De rijkere bodem houdt ook meer water vast, en de planten en bomen ondersteunen elkaar in groei en bescherming.
De opbouw gebeurt in verschillende vegetatielagen:
- Kruinlaag: hoge bomen zoals tamme kastanje en walnoot.
- Tussenlaag: kleinere fruit- en notenbomen, bijvoorbeeld peer, kers en nashi-peer.
- Struiklaag: bessenstruiken zoals aalbes, framboos en hazelaar.
- Kruidenlaag: meerjarige kruiden en eetbare planten.
- Bodembedekkers: kruipende planten die de bodem beschermen en vocht vasthouden.
- Ondergrondse laag: wortel- en knolgewassen.
- Klimplanten: eetbare klimmers zoals druif of kiwi.
In Noordhorn worden die lagen bewust aangeplant: lage soorten aan de zuidkant, hogere bomen meer naar het noorden, zodat planten elkaar niet wegdrukken uit het zonlicht.

Van pioniersplanten tot grote bomen
De aanleg van een voedselbos verloopt in fasen. Eerst komen zogenoemde pioniersplanten: soorten die snel groeien en de bodem verbeteren. Later maken die plaats voor struiken en grotere bomen, die de kruinlaag vormen. “Je plant niet alles in één keer definitief aan,” legt Soer uit. “Het systeem moet zich stap voor stap ontwikkelen.” Op het terrein groeien inmiddels tientallen eetbare soorten, waaronder ook veel onbekende planten uit andere landen, zoals bijvoorbeeld uit Japan. Niet alleen de vruchten zijn te eten, maar vaak zijn ook de bladeren eetbaar. Sommige bladeren hebben een smaak die doet denken aan Sichuanpeper of Franse uiensoep. Een andere smaakt naar cola. Verder zijn er allerlei soorten noten. Er is dus veel variatie. “Het voedselbos gaat over overvloed,” zegt Bleeksma. “Er is veel meer eetbaar in een landschap dan de meeste mensen denken.”
“Wij zijn anarchistisch begonnen”
Het plan botste aanvankelijk op regelgeving. Toen Soer en Bleeksma begonnen met planten bestond er in de omgeving nog geen beleid voor voedselbossen. Het terrein had een agrarische bestemming en een voedselbos paste daar niet automatisch in. Toch gingen ze alvast van start. “We waren best anarchistisch aan het planten,” zegt Bleeksma met een glimlach. “Het beleid was gewoon nog niet klaar voor een voedselbos.” Uiteindelijk kwam er beweging in dankzij een aangenomen motie in de gemeenteraad. Sinds enkele weken is de vergunning officieel verleend: de eerste in het Westerkwartier.

Tussen idealisme en ondernemerschap
Het project is niet alleen ecologisch gemotiveerd. Het bos wordt dan ook geen vrij toegankelijke pluktuin. Soer en Bleeksma zijn ondernemers en zoeken nadrukkelijk naar een manier om het voedselbos economisch houdbaar te maken. “Denk aan rondleidingen, educatie voor scholen, de verkoop van eigen producten en recreatieve activiteiten”, vertelt Soer. “En wij werken aan een app waarmee deelnemers die zich aansluiten kunnen volgen wat er op het terrein groeit, en wanneer er geoogst kan worden.” Daarnaast zien ze kansen voor samenwerking met horeca. Zo is onder meer Hotel Onder de Linden in Aduard is een van de partijen waarmee afspraken zijn gemaakt over het gebruik van producten uit het voedselbos.
Eigen restaurant
Zelf zijn Soer en Bleeksma tijdens de coronaperiode ook een kleinschalig vegetarisch restaurant begonnen aan huis in Niezijl. Uiteraard zullen de ingrediënten uit het voedselbos op termijn daar een steeds grotere rol spelen.
Voedselbos = lange adem
Een voedselbos vraagt geduld. Waar een akker ieder jaar opbrengst geeft, duurt het vier tot zeven jaar voordat een voedselbos echt productief wordt. Dat maakt het voor veel boeren een lastige overstap. “Een boer moet ieder jaar oogsten,” zegt Soer. “Bij een voedselbos investeer je eerst jaren voordat het systeem op gang komt.” Milena voegt toe: “Maar voor elk boerenbedrijf zou het beter zijn als hun land wordt omgeven door een stuk voedselbos.”

Zichzelf voedend systeem voor de toekomst
De initiatiefnemers zien daarom een voedselbos als een antwoord op een kwetsbaar landbouwsysteem dat volgens hen te afhankelijk is geworden van monocultuur, kunstmest en machines. “We willen een systeem bouwen dat zichzelf voedt,” zegt Bleeksma. “Bovendien willen wij iets goeds achterlaten voor onze kinderen.” Voorlopig groeit het bos vooral nog in stilte. Maar de verwachting is dat het voedselbos bij het spoor en de weilanden van Noordhorn na enkele jaren weelderig zal bloeien en vol zal zijn van voedsel.




