Een inwoner van Leutingewolde die bezwaar maakte tegen de bouw van een woning aan de Turfweg heeft gelijk gekregen van de Raad van State. Volgens de hoogste bestuursrechter is de woning groter dan volgens het bestemmingsplan is toegestaan.
Gebouw groter uitgevallen
In het bestemmingsplan staat dat een woning op die locatie maximaal 150 vierkante meter groot mag zijn. Toch is het totale oppervlak van het gebouw groter uitgevallen. Dit komt door een opvallende constructie in het dak: een forse inham die door de bouwer in de kap is verwerkt.
Discussie over vloeroppervlak
De bouwer en aannemer stelden dat de ruimte onder de inham niet hoeft te worden meegeteld bij het vloeroppervlak van de woning. De buurman, die de zaak aanspande, was het daar niet mee eens en vond dat dit deel wel degelijk meetelt. De Raad van State heeft de buurman hierin gevolgd.
Rechter: constructie hoort bij de woning
Volgens de rechter maakt de inham zowel visueel als bouwtechnisch onderdeel uit van het huis. Daarbij speelt mee dat de zware balkconstructie van het dak doorloopt en dat de ruimte in principe eenvoudig kan worden afgedekt. Daarmee kan het deel onder de inham bij de woning worden getrokken, waardoor het oppervlak groter wordt dan toegestaan.
Gemeente mogelijk opnieuw aan zet
De uitspraak betekent niet dat de woning moet worden afgebroken. Wel kan de gemeente Noordenveld mogelijk een nieuwe vergunning moeten verlenen om de inham alsnog te legaliseren. Andere bezwaren van de buurman zijn door de Raad van State verworpen, waaronder de klachten over de geplaatste dakkapellen.
Langlopend conflict
De twee betrokken inwoners liggen al jaren met elkaar overhoop. De bezwaarmaker gaf eerder aan het onbegrijpelijk te vinden dat de gemeente toestemming gaf voor nieuwbouw aan de Turfweg, waar volgens hem al decennialang geen nieuwe woningen zijn toegestaan.
Ongelijke behandeling
Volgens hem is er sprake van ongelijke behandeling, omdat eerdere eigenaren geen toestemming kregen om op die plek te bouwen. De woning mag blijven staan, maar de gemeente moet nu mogelijk opnieuw beoordelen of en hoe de extra ruimte alsnog vergund kan worden.




