Het warmere weer zorgt voor meer grasaren langs bermen en wandelpaden. Een risico, volgens dierenartsenorganisatie IVC Evidensia, omdat de grasaar grote problemen kan opleveren bij een hond. In deze periode ziet de organisatie meer honden met klachten vanwege grasaren en ze roept hondenbezitters op hun dieren na iedere wandeling grondig te controleren. Ook gemeenten hebben volgens de organisatie een rol: bermen maaien en het maaisel afvoeren.
Binnendringen in de huid
Grasaren zijn zaden van grassoorten die in de zomer loskomen. David Gribnau van IVC Evisensia vertelt: “Ze kunnen in de vacht van een hond blijven hangen en vervolgens de huid binnendringen. Vooral tussen de tenen kunnen ze voor problemen zorgen. Ook oren, neus en ogen zijn plekken waar een grasaar terecht kan komen.”
Via de dierenarts
Eenmaal in het lichaam kan een grasaar zich verder verplaatsen. Dat kan pijn en ontstekingen veroorzaken bij honden, maar mogelijk ook katten. Gribnau: “Als een grasaar terecht komt in een kussentje van een hondenpoot, dan wordt die er door het lopen er steeds dieper ingedrukt.” Soms moet een dierenarts de hond onder narcose brengen om de aar op te sporen en te verwijderen. Een grasaar die in een oor of neus zit, kan beter niet zelf worden verwijderd. Om die reden wordt bij klachten geadviseerd een dierenarts te raadplegen.
Advies: controleer de hond
IVC Evidensia adviseert hondenbezitters daarom dringend om na iedere wandeling de hond te controleren. Vooral de poten, tenen, oren, oksels en liezen verdienen aandacht. Daarmee kan een grasaar worden ontdekt voordat deze de huid binnendringt. Honden kunnen daarnaast beter niet door hoog gras of ongemaaide bermen lopen.
Gedrag van de hond
Het gedrag van een hond kan een aanwijzing zijn voor problemen. Zoals: het vaak met de kop schudden, het blijven niezen na het snuffelen in gras, of steeds aan dezelfde poot likken kan wijzen op een grasaar.
Gemeenten (toch) eerder maaien en afvoeren?
Volgens IVC Evidensia ligt er daarnaast een taak bij gemeenten. Op plaatsen waar veel honden worden uitgelaten, kunnen bermen en gras langs wandelpaden beter op tijd worden gemaaid. Als dat gras opdroogt, worden de aren harder en kunnen ze gemakkelijker de huid van een hond binnendringen. De organisatie roept daarom gemeenten op om bermen en velden te maaien, en het maaisel af te voeren. Iets wat echter mogelijk haaks staat op een beleid om juist vaker gras te laten staan, ten gunste van de diversiteit van insecten. “Daar ligt inderdaad een spanningsveld”, erkent Gribnau. “De laatste jaren wordt er minder snel gemaaid, juist vanwege de insecten. In de maand mei wordt opgeroepen helemaal niet te maaien. Maar voor de honden zou het wel beter zijn om de bermen en de velden op tijd te maaien en het gemaaide gras te ruimen. Of in elk geval enkele stroken.”




