Hoe zijn de verschillende landschappen in het Westerkwartier ontstaan? Die vraag, en meer, wordt beantwoord in de Landschapsbiografie. Niet alleen geeft die inzicht in de historie, maar ook in kernkarakteristieken die gekoesterd moeten worden. “Bij nieuwe ontwikkelingen is het belangrijk om rekening te houden met wat er al is”, zegt wethouder Bert Nederveen. “In het verleden zijn er namelijk fouten gemaakt.”
Aan tafel zitten landschapsdeskundige Nanoek Wiersema en wethouder Nederveen. Zij zijn trots om de Landschapsbiografie eindelijk te kunnen presenteren. “Het idee begon in 2019”, blikt de wethouder terug. “Toen kreeg ik voor het eerst Landschap in mijn portefeuille. Als je dat goed wilt beheren, moet je het landschap in de gemeente ook goed vastleggen. Daarom hebben we Landschapsbeheer Groningen opdracht gegeven om dat in één document te doen.”
De A7 zorgt voor problemen
De belangrijkste reden voor de Landschapsbiografie is de historie van een gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen is het essentieel om rekening te houden met wat er al is. “Het meest aansprekende voorbeeld is de aanleg van de A7. Die ligt op de huidige plek omdat het waarschijnlijk de kortste route tussen Groningen en Heerenveen moest zijn. Vroeger liep daar De Gave, een beekje. Die is dichtgegooid”, legt Nederveen uit. “Dat heeft nu nog gevolgen voor de waterhuishouding. Als je tweehonderd meter naar het zuiden of noorden was gegaan, waren er misschien minder problemen geweest.”
Belangen blijven afwegen
In de toekomst moet de Landschapsbiografie bijdragen aan dit soort beslissingen. “Zo zorgen we ervoor dat we keuzes maken waar we later geen spijt van krijgen”, zegt Nederveen. “Maar het blijft belangrijk voor ons als overheid, als college en als gemeenteraad om verschillende belangen af te wegen. Bijvoorbeeld bij de woningbouw bij de Tolbertervaart. We vinden dat Leek moet uitbreiden, maar dat kan alleen nog in die richting. Dan moeten we zo goed mogelijk rekening houden met het landschap. Maar ook zonder dat het een openluchtmuseum wordt, want dan kun je niets meer doen.”
“Het is aan ons om die belangen af te wegen. Wat ik daarbij wel belangrijk vind: inwoners kunnen voor zichzelf opkomen, maar het landschap en dieren kunnen dat niet. Die belangen moeten juist daarom door ons worden meegenomen.”
Landschapskenmerken herkennen
De Landschapsbiografie bestaat uit twee delen. Zo gaat de biografie dieper in op de zand- en veenlandschappen van het Zuidelijk Westerkwartier en de kleilandschappen van het Noordelijk Westerkwartier. Ook vandaag de dag zijn er nog veel historische kenmerken terug te herkennen, ziet Wiersema.
“Als je weet waar je naar moet kijken, zie je dat in één oogopslag terug”, zegt ze. “Het zuiden typeert zich bijvoorbeeld door de lange sloten en de houtsingels. Je ziet het ook terug in toponiemen. Als je kijkt naar Marum, Leek of Zuidhorn en je verdiept je in de naamkunde, kun je in hoofdlijnen ontdekken hoe zo’n plaats is ontstaan en waar die in het landschap lag.”
Nederveen voegt daaraan toe: “Zijl betekent bijvoorbeeld ‘sluis’. Vroeger liep daar dan een dijk langs. Dat zie je terug in Kommerzijl, Pieterzijl, Niezijl en Lauwerzijl.”
Eigen verhalen over het landschap
Hoewel de biografie in eerste instantie is bedoeld voor beleidsmakers, is het ook voor inwoners interessant om meer te weten over de plek waar zij wonen. Daarom is er ook een digitale omgeving gecreëerd. Een bijzondere toevoeging is dat inwoners via de website hun eigen landschapsverhalen kunnen insturen.
“Het Westerkwartier is heel groot. We hebben nu vooral informatie over de landschappen zelf, en niet over die kleine, fijne verhaaltjes. Bijvoorbeeld de reden achter een straat- of perceelnaam. Ook dat willen we graag meenemen”, legt Wiersema uit.
Trots op het eindresultaat
De Landschapsbiografie zal ook als boek te bestellen zijn. Het eerste exemplaar wordt op dinsdag 17 februari op landgoedboerderij Oosterheert in Leek tijdens een feestelijke presentatie overhandigd. Iedereen is welkom vanaf 19.30 uur.
“Wij zijn heel trots op de Landschapsbiografie”, besluiten Wiersema en Nederveen. “De samenwerking ging goed en veel organisaties hebben input gegeven, niet alleen binnen het gemeentehuis, maar juist ook daarbuiten. Dat is belangrijk, want het landschap is van ons allemaal.”



