Een Drents ‘verhaoltie‘ voorlezen: wethouders Robert Meijer en Jos Darwinkel zijn samen met acht andere voorlezers op Obs De Hekakker in Norg samengekomen om dat op woensdag 25 maart in iedere klas te doen. De Drentse taal is namelijk een belangrijk stukje cultuur, vindt directeur Han Kemker. “Kinderen spreken tegenwoordig niet zoveel Drents meer. Zo houden we dat stukje erfgoed toch in stand.”
Ieder jaar wordt er tijdens de streektaalmaand in maart op verschillende basisscholen in de gemeente Noordenveld voorgelezen. Henny Bouwman-Westerhof verzorgt dit voor de vier scholen van de oude gemeente Norg. “In Een hadden we dit jaar vijf voorlezers, waaronder burgemeester Klaas Smid en wethouder Kirsten Ipema en in Westervelde een clubje van drie. In Veenhuizen hebben we ook een vaste groep van vijf lezers. Joke Wachtmeester zorgt daar dat de kinderen voorgelezen worden en allemaal een editie van de ‘Wiesneus’ krijgen.”
Zowel Bouwman-Westerhof als directeur Kemker merken dat de kinderen het voorlezen erg leuk vinden. “Doordat iemand in het Drents voorleest, wordt de taal langer tot hen toegesproken”, ziet de directeur. “Na het lezen wordt er vervolgens nog over gesproken. Dat brengt wat meer diepgang. We zien ook dat kinderen na zo’n ochtendje voorlezen de Drentse woorden nog even herhalen met elkaar.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding

“Het is onze cultuur”
In groep 7 staat wethouder Robert Meijer inmiddels voor de klas. “Streektaal is belangrijk”, vindt hij. “Het is onze cultuur.” Hoewel er nog weinig kinderen zijn die zelf Drents spreken, weten ze wel de verschillende woorden die Meijer hen voorlegt te vertalen: ‘stoet‘ en ‘stevels‘ zijn nog makkelijk, maar hij ‘smokken‘ ontstaat wat twijfel. “Betekent het roken? Of smakken?”, klinkt het vanuit de klas. Als niemand het weet te raden, helpt de wethouder door het goede antwoord te geven: ‘kussen’. “Dan gaan we nu een verhaoltie lezen.”
Ondertussen luistert groep 8 aandachtig naar wethouder Jos Darwinkel als hij hen het fabeltje van de leeuw en de muis voorleest. Op de vraag of ze nog mooie woorden in streektaal kennen, wordt er enthousiast gereageerd: ‘luliezer‘, ‘swinder‘, of ‘brommers kieken‘, klinkt het. “Als jullie eens bij opa en oma komen, moeten jullie hen ook maar eens vragen naar mooie Drentse woorden”, besluit de wethouder met een lach.




