De gemeenten Noordenveld en Westerkwartier hebben gezamenlijk aan de bel getrokken bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en bij de NAM over de gevolgen van de gasopslagen in Grijpskerk en Norg. In twee brieven pleiten zij voor structurele compensatie voor de regio, die volgens hen nu vooral de lasten draagt van de nationale energievoorziening.
Gasopslagen van cruciaal belang
Volgens beide gemeenten leveren de gasopslagen een wezenlijke bijdrage aan de energiezekerheid van Nederland. De opslag in Grijpskerk heeft een capaciteit van circa 2,4 miljard kubieke meter gas, terwijl in Norg ongeveer 7 miljard kubieke meter kan worden opgeslagen. Daarmee zijn de locaties van nationaal belang in de leveringszekerheid van Nederland.
Vooral de nadelen
Toch ervaren inwoners van de betrokken gemeenten vooral de nadelen, stellen de bestuurders. Zij wijzen op zorgen over veiligheid, beperkingen voor ruimtelijke ontwikkeling en druk op de leefomgeving. Tegelijkertijd profiteren de regio nauwelijks van de economische voordelen die samenhangen met de gasopslag. Landelijke regelingen, zoals compensatie via het Instituut Mijnbouwschade Groningen, richten zich uitsluitend op schadeherstel, maar niet in enige structurele vorm van lokale compensatie. “Dat is in onze ogen een gemiste kans”, schrijven ze in de brieven.
Aangenomen moties
De raad van Westerkwartier heeft op 9 juli 2025 een motie aangenomen waarin is benadrukt dat de regio recht heeft op een structurele vorm van delen in de lusten. Ook heeft de raad van de gemeente Noordenveld op 4 maart 2026 dezelfde motie aangenomen. De gemeenten denken bijvoorbeeld aan een jaarlijkse bijdrage op basis van het in Grijpskerk en Norg opgeslagen gas. De opbrengsten zouden kunnen worden ingezet voor projecten die de leefbaarheid, duurzaamheid en ontwikkeling van de omliggende dorpen versterken.
Verschil van inzicht met NAM en gemeenten
Noordenveld en Westerkwartier geven aan dat zij hebben geconstateerd dat NAM en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat aangeven dat budget voor leefbaarheid en omgevingsmaatregelen alleen ontstaat bij een nieuwe mijnbouwactiviteit. Het exploiteren van bestaande gasopslagen valt daar volgens hen niet onder.
De gemeenten zijn het daar mee oneens. Zij beschouwen het winnen van opgeslagen gas, zowel het inspuiten als het onttrekken daarvan, als mijnbouwactiviteit die zich jaarlijks herhaalt. Daarom zouden zij het redelijk vinden dat hier structureel financiële middelen tegenover staan voor de leefomgeving van hun inwoners.




