Het aantal glasvezelaansluitingen is de afgelopen jaren toegenomen in zowel Westerkwartier als Noordenveld. Toch heeft nog niet ieder adres toegang tot glasvezel en maakt een groot deel van de huishoudens met een aansluiting nog geen gebruik van glasvezelinternet.
Groei aantal aansluitingen
Dat blijkt uit een analyse van vergelijkingswebsite Overstappen.nl op basis van cijfers van de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Volgens dat onderzoek groeide in Westerkwartier het aantal glasvezelaansluitingen tussen 2022 en 2025 van 17.389 naar 23.345. Dat zijn 5.956 aansluitingen erbij. In Noordenveld steeg het aantal van 12.131 naar 13.937, een toename van 1.806 aansluitingen.
Onder landelijk gemiddelde
Eind 2025 komt het gemiddelde aantal glasvezelaansluitingen per adres uit op 0,76 in Westerkwartier en 0,79 in Noordenveld. Beide gemeenten blijven daarmee onder het landelijk gemiddelde van 0,93.
Soms meer aansluitingen per adres
Dat cijfer zegt overigens niet direct hoeveel woningen zijn aangesloten. In sommige gemeenten leggen meerdere netwerkbedrijven namelijk glasvezel aan naar hetzelfde adres. Daardoor kan het aantal aansluitingen hoger uitvallen dan het aantal woningen. Landelijk zijn er zelfs gemeenten waar meer glasvezelaansluitingen dan adressen zijn geregistreerd.
Actieve abonnementen
Ook het gebruik van glasvezelinternet blijft achter bij het aantal beschikbare aansluitingen. In Westerkwartier steeg het aantal actieve abonnementen van 6.086 naar 10.505. In Noordenveld groeide dat aantal van 5.459 naar 6.272.
Conventioneel ondanks glasvezel
De cijfers laten zien dat veel huishoudens met een glasvezelaansluiting nog gebruik maken van internet via de conventionele methode van de kabel (coax) of de DSL-verbinding. Daarmee hebben de bestaande aansluitingen dus nog volop de aandacht.
Landelijk steeds meer glasvezel
Landelijk heeft glasvezel de afgelopen jaren een grotere positie gekregen op de internetmarkt. Tegelijkertijd zijn de verschillen tussen gemeenten groot. In sommige gemeenten blijft de uitrol achter. U kunt het onderzoek bekijken via de website van Overstappen.nl.




