De Streektaalquiz, voorlezen op de basisschool of een Broescursus: allerlei verschillende activiteiten om het Drents weer onder de aandacht te brengen. Dat gebeurt nu namelijk nog té weinig, vindt Tea Nijnuis, Streektaalambassadeur van de gemeente Noordenveld. “Je kunt het meteen horen wanneer iemand uit Den Haag, Amsterdam of Rotterdam komt. Dat is met het Drents ook zo, en daar zouden we trots op moeten zijn.”
Een houten bordje met ‘Hier kuj Drents praten” verwelkomt iedereen die bij haar in Peize over de vloer komt. Dat het Drents gesproken blijft worden, vindt Nijnuis heel belangrijk. Daarom sloot ze zich jaren geleden aan als vrijwilliger bij ’t Huus van de Taol. Toen ze vervolgens werd gevraagd als Streektaalambassadeur, hoefde ze daar geen twee keer over na te denken: “Dialecten verdwijnen langzaam, en dat is heel jammer. We moeten het met z’n allen in stand houden.”
Meertmaond Streektaolmaond
Als Streektaalambassadeur is het haar taak om het Drents in Noordenveld te stimuleren. Samen met de taalvrijwilligers van ’t Huus van de Taol organiseert ze daarom verschillende activiteiten. Vooral tijdens de ‘Meertmaond Streektaolmaond’ is het druk. De maand maart staat namelijk volledig in het teken van de streektaal.
“Ieder jaar wordt er in het Drents voorgelezen op alle basisscholen in Noordenveld”, vertelt ze. “Het is veel werk om voor iedere klas iemand te vinden. In Roden hebben we bijvoorbeeld niet genoeg vrijwilligers kunnen vinden. We zijn nog steeds op zoek.”
Juist het bereiken van de jeugd is belangrijk, merkt Nijnuis. Zij spreken steeds minder Drents. “Dat zien we ook bij onze voorleesvrijwilligers. Vaak zijn de mensen die geïnteresseerd zijn al wat ouder. Ik wil dan ook de oproep doen om kinderen weer in het Drents op te voeden. Ik heb het mijn dochter destijds ook geleerd en zij was de enige van haar klas. Dat is jammer, want zo gaat er een stuk Drentse cultuur verloren.”
De jaarlijkse Streektaalquiz
Niet alleen kinderen in Noordenveld krijgen in maart een lesje Drents: ook de leden van de gemeenteraad doen mee. “Vorig jaar hebben we een Broescursus georganiseerd, maar we hebben ook eens een quiz gespeeld of verhalen verteld”, blikt Nijnuis terug. “Daarnaast wordt in maart altijd de Streektaalquiz georganiseerd. Iedereen in de gemeente kan zich daarvoor aanmelden. Dit jaar spelen we hem in Roderwolde.”
Nijnuis is een vaste deelnemer. Of zij als streektaalambassadeur er altijd met de winst vandoor gaat? “Nee, dat is niet zo”, antwoordt ze lachend. “Het gaat niet alleen over taal, maar ook muziek en sport. Er is ook een fotoronde. Zo hadden ze eens foto’s van verschillende kerken of ijsbaanhokjes in Noordenveld. Er was ook een editie waarbij de deuren van verschillende kroegen voorbijkwamen. Die had bijna iedereen goed.”
Een nieuw project
Dit jaar is een bijzonder jaar voor Noordenveld: de gemeente is Culturele Gemeente van Drenthe. Dat betekent dat kunst en cultuur extra ruimte krijgen om zich te ontwikkelen. Nijnuis heeft daarom samen met Henk Nijkeuter een nieuw project opgezet: ‘De Bloemlezing’.
“We willen een boek maken waarin alle schrijvers uit Noordenveld zijn opgenomen”, legt ze uit. “Dat is een hele klus, want we moeten met iedereen in contact komen. Schrijvers kunnen zich ook bij ons melden.”
Trots op het Drents
Er zijn dus volop plannen om het Drents weer populairder te maken. “Je hoort ouders die hun kinderen in het Nederlands en Engels opvoeden, maar dat kan ook in het Nederlands en het Drents. Dan groeit een kind op met twee talen”, vindt Nijnuis. “Ik vind het jammer dat hier steeds meer Engels wordt gesproken, terwijl we zulke mooie streektalen hebben.”
Ze vervolgt: “Soms heb ik het idee dat er wordt neergekeken op onze taal. Mensen noemen het weleens een ‘boers taaltje’, terwijl het een échte streektaal is. Het is niet boers, het is een stukje identiteit. Wij komen hier vandaan en daar mogen we trots op zijn. De hunebedden stonden hier eerder dan Amsterdam, dus eigenlijk hadden we Drents moeten spreken in plaats van Nederlands”, besluit ze met een glimlach.




