Museum Nienoord in Leek heeft zeven bijzondere portretten uit de zeventiende eeuw geschonken gekregen. Op de schilderijen staan legercommandanten die rond 1640 werden geportretteerd. De schenker wil anoniem blijven.
Werken voor het publiek behouden
Volgens museumdirecteur Geert Pruiksma vindt de eigenaar het belangrijk dat de werken voor het publiek behouden blijven. “Het is hem dierbaarder dat ze naar de gemeenschap gaan dan dat ze in de familie blijven.”
Negentien zogenoemde regimentsportretten
De schilderijen behoren tot een serie van negentien zogenoemde regimentsportretten. Museum Nienoord bezat daarvan al negen. Met de nieuwe schenking groeit de collectie in Leek naar zestien werken. De zeven schilderijen waren in 2022 al tijdelijk in het museum te zien tijdens een tentoonstelling.
Poppo van Burmania
Een van de geportretteerden is Poppo van Burmania. Hij vocht op hoge leeftijd nog mee tijdens de strijd rond Groningen. Pruiksma noemt zijn portret “een krent in de pap”. De officieren maakten deel uit van het Fries Regiment, waarvan de geschiedenis teruggaat tot de Tachtigjarige Oorlog.
Regiment Infanterie Prins Johan Willem Friso
Het regiment is volgens conservator Jeroen Punt van het Nationaal Militair Museum rechtstreeks verbonden met het huidige Regiment Infanterie Prins Johan Willem Friso. Daarmee gaat het om het oudste legeronderdeel van de Koninklijke Landmacht.
Stichting Het Friese Portret
Onderzoek naar de mannen op de schilderijen werd onder meer uitgevoerd met hulp van André Buwalda van Stichting Het Friese Portret en het Nationaal Militair Museum.
Drie portretten ontbreken
Museum Nienoord heeft de serie nog niet helemaal compleet. Drie portretten ontbreken. Twee daarvan zijn eigendom van een adellijke Friese familie. Het derde schilderij werd door de familie Van Panhuys aan de Oranjes geschonken en hangt in Paleis Het Loo.
Direct toegankelijk maken voor bezoekers
De zeven nieuwe aanwinsten worden naar verwachting komende week opgehangen. Daarmee wil het museum de werken direct toegankelijk maken voor bezoekers. “Dan weten ze ook dat we er wat mee doen en dat het niet in een depot verdwijnt”, aldus Pruiksma.




